Intellectuele eigendom: wat moet ik weten over auteursrecht op het internet?
'Auteursrecht' is de verzamelnaam van een reeks rechten die de schepper van
een bepaald werk kan uitoefenen op zijn creatie. Zo kan bijvoorbeeld alleen de
auteur van een boek de toestemming geven om het boek te laten publiceren, of om
er een vertaling van te laten maken. Op die manier krijgt hij de mogelijkheid
zijn creatie te exploiteren, en kan hij aan anderen bepaalde vormen van gebruik
verbieden.
In België is het auteursrecht onderworpen aan de bepalingen van de
Auteurswet. Voor meer details verwijzen we naar deze
bespreking van de wet.
Voor een aantal bijzondere categorieën van intellectuele creaties bestaat er
aparte wetgeving, zoals de
Softwarewet en de
Databankwet.
De Auteurswet beschrijft de beschermde werken nogal oubollig als
“werken van letterkunde en beeldende kunst, audiovisuele werken en databanken”.
Deze termen moeten ruim worden geïnterpreteerd, en omvatten feitelijk een veel
breder gamma aan werken dan ze op het eerste zicht lijken te suggereren. Het
gaat om boeken, artikelen, schilderijen, tekeningen, foto's, muziek, gedichten,
lessen, voordrachten, enzovoorts.
Er wordt daarbij geen rekening gehouden met de artistieke of intellectuele
verdiensten van een werk: ook alledaagse creaties zoals zelfgemaakte tekeningen
of foto's komen in aanmerking voor bescherming. De enige voorwaarde is dat het
werk de uiting is van de persoonlijkheid van de auteur. Een zuivere kopie of
zelfs een elementaire samenvatting (waarbij er geen sprake is van een eigen
creatieve inbreng) worden dus niet auteursrechtelijk beschermd. De
herinterpretatie van een bestaand werk kan daarentegen wel in aanmerking komen.
Loutere ideeën die geen concrete vastlegging hebben gekregen (bijvoorbeeld het
idee voor een verhaal, dat nog nergens anders bestaat dan in de geest van de
auteur) worden eveneens niet beschermd door het auteursrecht.
Het is belangrijk op te merken dat auteursrechtelijke bescherming automatisch
geldt na de creatie van het werk. Men hoeft zijn werk dus niet te registreren of
een beschermingsaanvraag in te dienen. Deze bescherming verstrijkt in principe
70 jaar na het overlijden van de auteur; daarna mag men het werk vrij kopiëren
en verder verspreiden.
Ja. Net zoals met andere rechtsdomeinen het geval is geldt ook het
auteursrecht in principe onverkort op het internet. Dat houdt dus in dat ook
websites auteursrechtelijk worden beschermd, als ze tenminste een minimale mate
aan originaliteit vertonen. Zowel teksten als foto's, videofilmpjes of
muziekbestanden die op het internet worden geplaatst blijven in principe
onderworpen aan het auteursrecht, en mogen dus enkel worden verdeeld en
gekopieerd (waaronder ook downloaden valt) met de toestemming van de auteur.
Hierop worden wel enkele kleine uitzonderingen voorzien, waarmee vooral wordt
tegemoet gekomen aan de technische kenmerken van het internet. Bij het bekijken
van een website op uw systeem wordt er bijvoorbeeld plaatselijk een kopie van de
bekeken pagina's gemaakt. Dit is immers de enige manier waarop ze kan worden
afgebeeld. Juridisch gezien is dit een reproductie van het oorspronkelijke werk,
waarvoor dus de toestemming van de auteur wordt vereist. Om de werking van het
internet niet onmogelijk te maken wordt er in een uitzondering voorzien waarmee
deze kopie hiervan wordt vrijgesteld.
Deze en enkele andere uitzonderingen zijn nog niet definitief ingevoerd, maar
maken het voorwerp uit van een
wetsvoorstel dat momenteel in de Kamer van Volksvertegenwoordigers wordt
besproken. Meer informatie over dit voorstel vindt u
hier.
Hierover bestaat er geen eensgezindheid. Het is ook een weinig relevant
probleem; de vraag spruit meestal voort uit de verwarring tussen twee
verschillende problemen.
Aan de ene kant bestaat er de vraag naar het recht op een domeinnaam, meestal
naar aanleiding van een vermeende onrechtmatige registratie. Een bekend
voorbeeld hiervan is de domeinnaam belgie.be, die tot voor kort was
geregistreerd door een Nederlandse onderneming. Na een kort geschil werd de naam
uiteindelijk toegekend aan de Belgische Staat. Een gelijkaardig lot ondergingen
Vlaams minister Marino Keulen, die “zijn” domeinnaam marinokeulen.be via de
rechter moest opeisen, en Mitsubishi Belgium NV, dat de naam mitsubishi.be na de
tussenkomst van een bemiddelingsbureau verkreeg.
In deze gevallen speelde het auteursrecht geen beslissende rol. Ook wanneer de
aanspraak die men meent te hebben op een domeinnaam geen enkele band heeft met
het auteursrecht (zoals in de aangehaalde voorbeelden) kan men voor Belgische
domeinnamen een beroep doen op de
wet betreffende de wederrechtelijke registratie van domeinnamen. Een
uitgebreide bespreking van deze wet vindt u
hier.
Deze disputen staan dus volledig los van de vraag of men een auteursrecht kan hebben op de domeinnaam zelf. Die mogelijkheid kan zeker niet worden uitgesloten. Het is voldoende dat de bewuste domeinnaam origineel is en een uiting is van de persoonlijkheid van de auteur.
De auteur heeft in feite twee belangrijke rechten: het reproductierecht en
het recht op mededeling aan het publiek. Dit houdt in dat zowel de reproductie
als de mededeling van een beschermd werk in principe enkel mag gebeuren met zijn
toestemming.
Het reproductierecht komt op het internet voornamelijk neer op het maken van een
kopie, bijvoorbeeld door een (deel van een) website op te slaan. Andere
voorbeelden van een “reproductie” in de ruime zin van het woord zijn het
aanpassen, vertalen, of op een andere manier bewerken van de creatie. De
basisregel is dat dit enkel mag mits toestemming van de auteur. Men mag in
principe dus geen auteursrechtelijk beschermde teksten die men op het internet
aantreft afdrukken, foto's opslaan, of muziek downloaden, tenzij men daarvoor de
toestemming heeft gekregen.
De Auteurswet bevat bepaalde uitzonderingen op deze regel. Zonder op de details
in te gaan worden er onder meer uitzonderingen voorzien voor:
Meer informatie over deze uitzonderingen vindt u in de bespreking van de Auteurswet.
Het recht op mededeling is het recht om werken kenbaar te maken voor het
grote publiek. Op het internet komt dit voornamelijk neer op het beschikbaar
maken van een intellectuele creatie voor het downloaden. Als voorbeelden hiervan
kan men denken aan het plaatsen van een beschermde tekst op een website, of het
“delen” van films of muziek met andere gebruikers van een P2P-netwerk zoals
Kazaa. Ook hier is de regel dat zo'n mededeling enkel is toegelaten mits
toestemming van de auteur.
De uitzonderingen waarin de Auteurswet voorziet voor mededelingen aan het
publiek zijn een stuk minder uitgebreid dan voor de reproducties. Mededelingen
van andermans beschermde werken op het internet zonder de toestemming van de
auteur zal daarom nagenoeg steeds strafbaar zijn!
De basisregel die
hierboven werd aangehaald is ook hier van toepassing: het downloaden van
muziek of films moet juridisch worden beschouwd als het maken van een
reproductie, en is dus in principe enkel toegelaten met toestemming van de
auteur.
Als we even abstractie maken van de (weinig voorkomende) hypothese dat men zelf
de auteur is van de muziek of de films, dan resulteert dit in het volgende
beeld:
Voor meer informatie betreffende het downloaden van muziek kunt u hier klikken.
Zoals hierboven
al werd vermeld wordt het opnemen van auteursrechtelijk beschermd materiaal op
een publiek toegankelijke website beschouwd als een mededeling aan het publiek.
De toestemming van de auteur is dus vereist.
Voor teksten, foto's, video's en andere werken waarvan men zelf de auteur is
stelt er zich vanzelfsprekend geen probleem: men kan het eigen werk vrij
verspreiden hoe en waar men wil, inclusief via een website. Daarbij moet de
auteur uiteraard wel nog rekening houden met het recht op afbeelding van derden:
personen die zijn afgebeeld op foto’s en video’s kunnen zich in principe
verzetten tegen de verspreiding van hun afbeelding zonder dat zij daartoe hun
toestemming hebben gegeven. De vrijheid van de auteur is uiteraard beperkt
wanneer hij een overeenkomst heeft gesloten met een uitgever waarin deze rechten
worden overgedragen.
Voor elk ander beschermd materiaal zal men wel de toestemming van de auteur
moeten verkrijgen, bijvoorbeeld door contact op te nemen met de eigenaar van een
website waarvan men een tekst wil overnemen. In sommige gevallen zal dit niet
nodig zijn, omdat de auteur op zijn website al expliciet de toestemming geeft om
zijn werk over te nemen, veelal in ruil voor bronvermelding.
In de marge daarvan moet nog worden opgemerkt dat beschermd materiaal dat op een
website wordt geplaatst noodzakelijkerwijze ook werd gekopieerd naar een
webserver die toegankelijk is voor het publiek. Bijgevolg vereist de mededeling
aan het publiek via een website ook een reproductie van het beschermde
materiaal, waarvoor eveneens de toestemming van de auteur wordt vereist. Men
vraagt dus best de toestemming om het werk op een website te plaatsen, en niet
alleen om het werk te mogen mededelen aan het publiek.
Op auteursrechtelijk vlak moeten hier twee situaties van elkaar worden onderscheiden:
Met al deze technieken komt men in juridisch moeilijk vaarwater. Op auteursrechtelijk vlak zou men in sommige van deze gevallen kunnen argumenteren dat men niet meer gewoon verwijst naar andermans website, maar dat men de inhoud ervan zelf mededeelt aan het publiek zonder de toestemming van de oorspronkelijke auteur.
Ook als men het auteursrecht volledig buiten beschouwing laat kunnen links naar andermans inhoud risico's inhouden. Dit probleem stelt zich onder meer wanneer men verwijst naar een vindplaats van illegale inhoud (bijvoorbeeld naar een kinderpornografische site), en a fortiori wanneer een website in feite bestaat uit niets meer dan een bibliotheek van links naar illegaal materiaal (bijvoorbeeld een website die enkel bestaat uit verwijzingen naar illegaal verspreide muziek op andermans website). Het juridische statuut van dergelijke verwijzingen is nog niet volledig uitgeklaard naar Belgisch recht, maar de bestaande rechtspraak lijkt er hoe dan ook op te wijzen dat het bewust verwijzen naar illegale inhoud juridische risico's inhoudt.
Wanneer deze vraag letterlijk wordt geïnterpreteerd als het kopiëren van de
verschillende auteursrechtelijk beschermde bestanddelen van een site (teksten,
menubalken, achtergronden, afbeeldingen) met de bedoeling elders een exacte
kopie (een zogenaamde mirror) van de oorspronkelijke site op te zetten, dan is
het antwoord duidelijk: dit mag enkel met de toestemming van de oorspronkelijke
auteur. Om een dergelijke kopie te maken maakt men immers een reproductie van de
beschermde werken, en deelt men ze vervolgens mee aan het publiek. Voor beide
categorieën van handelingen is de toestemming van de auteur noodzakelijk; zoniet
is men strafbaar.
Zoals hierboven al werd gesteld beschermt het auteursrecht enkel een bepaalde
vormgeving, en niet het achterliggende idee. Wanneer men een eigen site ontwerpt
en men zich daarbij laat leiden door de concepten of ideeën achter de vormgeving
van een andere site – vanzelfsprekend zonder enig element ervan te kopiëren –
dan is dit geen inbreuk op het auteursrecht. Als de vormgeving van de andere
site te slaafs wordt nagevolgd, dan riskeert men natuurlijk wel dat de eigen
vormgeving niet wordt beschermd. Een rechter zou immers kunnen concluderen dat
ze onvoldoende originaliteit vertoont om in aanmerking te komen voor
bescherming.
Opnieuw kunnen hier andere overwegingen dan het auteursrecht meespelen. Het
imiteren van het design van de website van een concurrent zou bijvoorbeeld
kunnen worden geïnterpreteerd als een oneerlijke handelspraktijk. Een rechter
zou immers kunnen concluderen dat het de bedoeling was het cliënteel van de
geïmiteerde site te misleiden.
Spelletjes vallen (net zoals alle andere software) in feite niet onder de
Auteurswet, maar onder de Softwarewet. Hoewel de twee regimes licht van elkaar
verschillen (wat ook niet anders kan, gezien het aparte karakter van
computerprogramma's) gaat het desondanks om een vorm van auteursrechtelijke
bescherming. De basisprincipes blijven dan ook dezelfde: zowel het verspreiden
als het kopiëren van de software vereist de toestemming van de auteur (lees: de
programmeur). Het downloaden van spelletjes mag dus enkel met diens toestemming.
Voor spelletjes geldt dus ruwweg dezelfde situatie als voor muziek op het
internet: wanneer een spelletje door de auteur zelf (of minstens met zijn
toestemming) wordt aangeboden, dan mag het worden gedownload en gebruikt onder
de voorwaarden die de auteur zelf vastlegt in een licentieovereenkomst.
Software (inclusief spelletjes) die zonder de toestemming van de auteur worden
aangeboden (vaak onder de noemer warez) zijn dus illegaal, en het downloaden
ervan is dan ook strafbaar. Ook hier kan er geen beroep worden gedaan op de
uitzondering voor de privékopie. De Softwarewet bevat hiervoor overigens een
afwijkende regeling, waardoor men enkel een reservekopie mag maken van een
computerprogramma dat men al rechtmatig in zijn bezit heeft, en enkel wanneer
een dergelijke reservekopie noodzakelijk is om het programma te kunnen
gebruiken. Vanzelfsprekend kan deze bepaling nooit van toepassing zijn op het
downloaden van illegaal verspreide software.
Voor alle drie deze categorieën (muziek, films en software) geldt als
basisprincipe dat het kopiëren ervan een reproductie is die de toestemming van
de auteur vereist. Zonder deze toestemming is het kopiëren in principe verboden.
Wat betreft films en muziek kan men in bepaalde gevallen een beroep doen op de
uitzondering voor de audiovisuele thuiskopie. Deze uitzondering die in de
Auteurswet werd vastgelegd laat het maken van een beschermd werk dat op een
geoorloofde manier werd bekendgemaakt toe als de kopie in familiale kring werd
gemaakt en voor gebruik in deze kring bestemd is. Op basis daarvan zou een
consument dus een privékopie mogen maken van CD's of DVD's die hij legaal bezit.
Deze kopie mag hij vanzelfsprekend niet verkopen, of zelfs maar uitlenen aan
vrienden. Dit kan immers niet meer worden beschouwd als gebruik binnen familiale
kring.
De regeling voor software is iets strenger: ook hier bestaat er een
uitzondering, maar deze heeft enkel betrekking op het maken van een
reservekopie. Een consument mag volgens deze uitzondering één reservekopie maken
van software waarvoor hij een geldige licentie heeft, maar “enkel wanneer een
dergelijke reservekopie noodzakelijk is om het programma te kunnen gebruiken”.
Deze voorwaarde wordt meestal zodanig geïnterpreteerd dat een consument zijn
reservekopie enkel mag maken wanneer dit nodig is om eventuele problemen op te
lossen. De kopie is dus bijvoorbeeld niet toegelaten als de softwareproducent
zich ertoe verbindt om in geval van problemen zelf een reservekopie te leveren,
of het probleem persoonlijk te komen rechtzetten.
Hierbij moet nog een kanttekening worden gemaakt. In de laatste jaren is het
steeds meer gangbaar geworden om beschermde werken tegen kopiëren te beveiligen
door de dragers met een antikopieersysteem uit te rusten. Op dit moment verzet
de Auteurswet zich nog niet tegen de omzeiling van deze systemen, althans niet
wanneer dit gebeurt om een geoorloofde kopie te maken van het werk. In navolging
van een
Europese richtlijn wordt er op dit moment echter een
wetsvoorstel overwogen dat de omzeiling van deze systemen (de zogenaamde
“technische voorzieningen”) in principe verbiedt. De auteurs kunnen toegevingen
doen om de uitoefening van de uitzonderingen desondanks mogelijk te maken.
In principe is dit een zuivere toepassing van de uitzondering voor de
audiovisuele thuiskopie: het gaat om een kopie die binnen familiale kring wordt
gemaakt en bestemd is voor gebruik binnen deze familiale kring. Onder die
voorwaarden mag een consument een kopie maken van zijn muziekCD's zonder de
toestemming van de auteur. Zoals hierboven werd vermeld vereist dit wel dat het
originele exemplaar op een geoorloofde manier werd bekendgemaakt. Gestolen of
illegaal gekopieerde muziekCD's lijken hiervoor dus niet in aanmerking te komen.
Net als hierboven
moet hierbij de kanttekening worden gemaakt dat de omzeiling van
antikopieersystemen voor muziekCD's binnenkort verboden zal worden, waardoor de
uitoefening van deze uitzondering mogelijk wordt bemoeilijkt. Dit is een gevolg
van een
wetsvoorstel dat onlangs werd ingediend, en dat een
Europese
richtlijn hierover omzet naar Belgisch recht.
Op zuiver auteursrechtelijk vlak is dit betwistbaar. Het is immers best denkbaar
dat een e-mail die een zekere mate van originaliteit bevat auteursrechtelijk
wordt beschermd. In dat geval mag de inhoud ervan in principe enkel op een site
worden geplaatst met de toestemming van de auteur.
Het spreekt voor zich dat er zich daarnaast nog andere juridische problemen
kunnen stellen. De meest voor de hand liggende kwestie is de mogelijke inbreuk
op de privacy. Zonder op de details in te gaan, zou de publicatie van andermans
e-mail zonder diens toestemming onder meer kunnen worden beschouwd als een
onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens, een onrechtmatige kennisname van
telecommunicatiegegevens en een schending van het briefgeheim.
Voor meer informatie over deze problemen verwijzen we naar de commentaren bij de
Privacywet en bij de
Belgacomwet.
Ook dit is op zuiver auteursrechtelijk vlak riskant, vermits de e-mail voldoende
intellectuele originaliteit kan vertonen om auteursrechtelijk te worden
beschermd. Bij het doorsturen van een e-mailbericht is er weliswaar geen sprake
van een mededeling aan het publiek (althans niet noodzakelijk), maar er wordt
ontegensprekelijk wel een reproductie van het bericht gemaakt. Om die reden
wordt er ook hier in principe de toestemming van de auteur vereist. Hoewel hier
in de praktijk meestal niet zwaar aan wordt getild kan het forwarden van
andermans e-mail dus een juridisch riskante activiteit zijn. Uiteraard kan men
dan wel argumenteren dat de auteur van een auteursrechtelijk beschermde e-mail
door het verzenden van deze mail impliciet zijn toestemming heeft gegeven tot
het verder doorsturen ervan, tenzij hij uitdrukkelijk iets anders zou bepaald of
vermeld hebben in zijn e-mail.
Natuurlijk stelt er zich ook hier het probleem van de privacybescherming. Net
als bij de publicatie op een website riskeert men dus ook aansprakelijk te
worden gesteld voor een onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens, een
onrechtmatige kennisname van telecommunicatiegegevens en een schending van het
briefgeheim. Ook deze aansprakelijkheid kan veelal worden vermeden door de
toestemming van de auteur te vragen.
Voor meer informatie over deze problemen verwijzen we naar de commentaren bij de
Privacywet en bij de
Belgacomwet.
Praktische fiche opgesteld door ICRI, gecoördineerd door Hans Graux.